Leonora vlucht niet alleen voor haar broer , maar vraagt ook om vergeving van haar zonden. (aria: Madre
pietosa vergine,) begeleid door gezang van monniken (koor Venite adoremus) op de achtergrond.
Ze gaat niet in een klooster, maar besluit als kluizenaar in een grot te gaan leven. De abt Guardiano waarschuwt haar
voor de grote eenzaamheid die haar te wachten staat, (duet. Infelice, delusa, reietta) ,maar zij is
vastberaden en blijft bij haar besluit. De abt willigt haar verzoek in en zegt toe dat hij haar zelf regelmatig
proviand zal brengen. Voor noodgevallen is er een bel, maar zij zal nooit meer een menselijk wezen zien. Hij
waarschuwt dat niemand een poging mag doen om te weten te komen wie zij is, (aria Il santo nome di Dio).
Hij zegent Leonora, die zijn hand kust en naar de kale grot vertrekt. (aria. La vergine degli angeli).
|
Begin negentiger jaren zong Angelina Ruzzafante "Madre pietosa vergine" waarbij ze werd begeleid door
mannenkoor St. Caecilia Koningsbosch |