Dirigenten mannenkoor St. Caecilia Koningsbosch
Hub Vanhautem (1974-1979 en 1981-1993)
In het jaar 1974 besloten
bestuur en leden de heer Hub Vanhoutem aan te stellen als dirigent van het koor. Onder zijn leiding
stegen de kwaliteiten van het koor in alle opzichten. Voor alle
betrokkenen was het dan ook een zware tegenslag dat de heer Vanhautem
in het jaar 1979 het koor om gezondheidsredenen moest verlaten.
De grote genegenheid van het bestuur en leden voor deze dirigent bleek uit het feit dat met instemming van alle betrokkenen van het koor de heer Vanhoutem werd benoemd tot Eredirigent, een functie die hij tot op de dag van vandaag (september 2007) vervult.
In zijn plaats kwam de heer J. Käfer uit Munstergeleen, die op een zeer deskundige en spectaculaire wijze de rol van dirigent ging vervullen, vooral om het feit dat al het eerste jaar van zijn directie het koor een enorm programma af te werken kreeg. waaronder 2 grote concertreizen te weten Terborg in de provincie Gelderland en Neuastenberg in Sauerland, Duitsland. Daarbij staan onder zijn directie de koren "St Cecilia uit Sweikhuizen" en het "Volvokoor" van de Volvofabriek in Born. Toen de heer Käfer dan ook te kennen gaf dat 3 koren hem te veel was en hij geen uitweg meer zag om nog langer 3 koren te runnen, was iedereen duidelijk dat de heer Käfer het als laatst bijgekregen koor zou moeten laten vallen. Dat stelde het mannenkoor opnieuw voor grote problemen. Men benaderde toen oud-dirigent de heer Vanhoutem. Gelukkig was deze zover hersteld, dat hij de directie van het koor op
10 november 1981 weer op zich heeft genomen, met algemene instemming. Laten wij hopen dat ons koor wat 50 leden telt, voor 1982 en nog vele
komende jaren samen met de heer Vanhoutem de mooie zangkunst met minder tegenslagen kunnen voortzetten.
Aldus vehalen de archieven van ons koor.
De heer Vanhoutem nam in 1992 opnieuw afscheid van ons koor met het hem op het lijf geschreven lied De laatste storm van Albrecht Rodenbach.
DE LAATSTE STORM
Buldrend speelt de zee met 't oude vaartuig.
Kalm, manhaftig kampt de grijze zeeman
met den storm. Maar splijtend te allen kante
vreeslijk kraken de oude brooze wanden.
Bleek en bevend staart alom de manschap
naar het krakend wantwerk en den zeeman.
"Sloepen af en vrouwen eerst!" gebiedt hij.
Wiegend wagglen sloepen in den storrem,
angstig ijlt de manschap in de sloepen.
Eenzaam staat op 't vaartuig de oude zeeman.
"Vol!" zucht hij, "vaartwel, matrozen, redt u."
Door den storm verdwijnen zijne sloepen.
Buldrend speelt de zee met 't splijtend vaartuig.
Kalm, manhaftig bidt de grijze zeeman
de armen rond een mast. Zoo lange reisden
schip en zeeman samen door de stormen;
grijs is 't hoofd geworden van den zeeman,
krakend en versleten 't machtig vaartuig...
O de wind, de zee, de laatste storrem!
Schuimend, bruischend, stijgen wilde baren
onder zijne voeten. Krakend, berstend,
in de diepe kolken draait het vaartuig...
Samen duiklen schip en man verzwolgen.
Machtig stormt de zeewe grootsch en eenzaam
Deze pagina is bijgewerkt op 12 september 2007