Februari 1986 zijn wij in Koningsbosch komen wonen. Als stadse mensen weet je
eigenlijk niet wat het betekent om in Limburg en zelfs in een dorp te gaan
wonen. In de eerste week was het carnaval. Dit feest hadden wij nog nooit
meegemaakt en we werden, tot onze grote verrassing, door de directe buren uit
huis gehaald om een "pintje" te komen drinken op het feest en de kennismaking.
Door deze burenactie werd ons gelijk duidelijk dat wonen in een dorp in Limburg,
veel socialer is dan wonen in het
Westen of een grote stad. Via de buren kwamen we erachter dat er een
buurtvereniging bestond en ja, waarom niet, we werden lid. Op de eerste
jaarvergadering van de buurtvereniging in januari 1987 maakte we onder andere
kennis met de voorzitter (Jacob Peulen) en na de vergadering onder het genot van
een biertje werd me de vraag gesteld, "waarom word je geen lid van het
mannenkoor". Mannenkoor? Dat is toch oubollig? Maar ik heb er toch serieus over
nagedacht. Leeftijd 63 jaar en nog nooit van mijn leven gezongen, althans niet
buiten de douche. Ik heb toen gedacht, als een kind geboren wordt, is het
drinken van de moedermelk het enige dat vanzelf gaat. Alles, maar dan ook alles,
dat daarna gebeurt moet geleerd worden en als je zo redeneert, moet ook het
zingen te leren zijn. De repetitie na de jaarvergadering van de buurtvereniging
heb ik de stoute schoenen aangetrokken en ben op bezoek gegaan bij het
mannenkoor. De ontvangst bij het koor was prettig en ik ben gebleven. Zingen
valt niet mee, maar het eerste jaar tussen 2 bassen, Hein Jansen en Piet Reyans,
heeft er toe bijgedragen dat het redelijk ging. Noten lezen kon ik niet, zelfs
tot op de dag van vandaag niet, maar een melodie leren en dan ook zingen gaat
prima, en ik kwam erachter dat veel leden geen noten kunnen lezen. Na amper 1
jaar lid van het mannenkoor te zijn werd me de vraag gesteld of ik er iets voor
voelde om vertrouwensman te worden, een persoon tussen de leden en het bestuur,
om op die manier het reilen en zeilen binnen de vereniging beter te kunnen laten
verlopen. Ik heb dit met veel plezier gedaan maar weer een jaar later kwam de
vraag of ik er iets voor voelde om in het bestuur te komen. Aangezien ik toch
wel enige bestuurlijke kennis had heb ik na een aantal gesprekken toegezegd en
werd tijdens de jaarvergadering van 1990 in het bestuur gekozen. De post van
secretaris werd mij toebedeeld en die taak heb ik 6 jaar met plezier uitgevoerd.
Vooral de samenwerking met Jacob Peulen is mij uitstekend bevallen. Na 6 jaar
was de tijd rijp voor anderen. De jaren daarna heb ik met veel plezier het
zingen volgehouden. Vooral de verschillende concertreizen zijn waren heel
prettig en ik kijk uit naar de eerstvolgende reis die het bestuur gepland heeft.
Van de concerten die we hier in het dorp gegeven hebben, is er één die mij het
beste is bijgebleven en wel die met de Limburgse Jagers. In het najaar van 2005
ging de gezondheid achteruit en werd het zingen een stuk moeilijker. Maart 2006
heb ik de zeer moeilijke beslissing moeten nemen om te stoppen met zingen
aangezien de ademhaling niet meer zo best is. Zingen gaat niet meer maar lid
blijven is geen probleem. De 19 jaar dat ik zingend lid ben geweest zijn voorbij
gevlogen maar ook de komende jaren wil ik zeker alle evenementen van het
mannenkoor blijven bezoeken.
Uit de zang maar niet uit het mannenkoor
Jan Serruys ex 2e bas
Op de foto ziet u Jan tijdens één van de serenades die we in 2004 hebben gegeven