Aanvulling op ‘terug op de Boesj’
Uit de stemvork van december 2003
De eerste alinea van Jan’s pennevruchten komt u wellicht bekend voor. Iets soortgelijks hebben we namelijk al een paar keer eerder gelezen. Nou, als men dat zo wil zien dan is dat prima. Want zie: Het heeft in elk geval wél nog elke keer het gewenste effect gehad. Ik denk zelfs dat het zich voorstellen door nieuwe leden iedere keer weer één van de meest gewaardeerde artikelen is.
Eigenlijk had het voorstelverhaal van Jan al in de stemvork van vóór de zomer kunnen staan, maar de drukke agenda, zoals bijna iedereen die vandaag de dag heeft, belette dit. Het is overigens ook niet erg dat Jan’s stukje er wat later in komt. Goed werk kost namelijk tijd en het resultaat mag er deze keer zeker zijn.
Graag wil ik op even op Jan’s autobiografie reageren.
Ik wist bijvoorbeeld echt niet dat Jan òp de Prinsenbaan is geboren. Wellicht dat er toen wat minder verkeer was, maar op vandaag zou je dat in ieder geval niet meer hoeven proberen. Veiligheid vóór alles.
Het verhaal over het geboortedorp spreekt mij erg aan. Wat Jan schrijft is waar.
Ik moest lachen toen ik las dat Jan nog bij de zusters de erwten heeft moeten ‘keveren’. Ik heb daar zelf namelijk ook nog mijn herinneringen aan: Ergens in één of ander hok of stal achter het klooster stonden zakken erwten klaar om ontdopt te worden. Niet één zak, maar een hele stapel zakken. En niet één keer, maar herhaaldelijk. Denk maar aan al die zusters en de minstens honderd-vijftig ‘internen’ van de mulo en huishoudschool. Die wilden tussen de middag toch wél iets op tafel hebben.
Zuster Christa schudde de zakken leeg en verdeelde het werk met een gevlochten mandje. Daarmee maakte ze hoopjes erwten op de vloer. Iedere kleuter zijn eigen hoopje. Wat was het toch makkelijk dat er een kleuterschool bij het klooster was. Op vandaag zou men dat betaalde arbeid noemen, want elke maand moesten wij tweeguldenvijftig mee naar school nemen ter leniging van alle kosten.
Het is overigens zo, dat de zuster ‘er wel even bij moest blijven, voor het béste resultaat’, want bij afwezigheid werd toch al gauw menig rondje gedanst. Boven op die erwten.
Ook het gehalte aan vliegende erwten kon dan plotsklap heel groot worden
Jan, van harte bedankt voor je mooie bijdrage aan onze stemvork. Ik durf het haast niet te vragen, maar weet je misschien nòg iets…..?
Ik hoop in elk geval dat hetgeen bij jou wakker is gemaakt voorlopig niet meer gaat slapen en dat je zodoende tot in lengte van dagen deel zult uitmaken van ons koor.
André van Lümig