Zingen in Waldfeucht.

Uit de stemvork van juli 2003

Op de ledenvergadering van januari werd de deelname aan het ‘Freundschaftssingen’ ter stemming voorgelegd. Dat zou plaatsvinden op 18 mei in Waldfeucht. Ondanks de heel drukke koor-agenda werd besloten hier toch aan mee te doen.

Nu is het zo dat men aan de andere kant van de grens gewend is aan andere gebruiken dan hier in Limburg. Over die gebruiken en hoe wij ons daar aan aanpassen gaat dit stukje.

Ten eerste: In Duitsland heeft men het gebruik dit soort uitvoeringen vooraf te laten gaan door een optocht door het dorp. Staat wèl zo feestelijk.

Het weer twijfelde of het mee wilde werken, maar uiteindelijk zag het er de lol toch van in.

Nadat we hadden gewacht op de voorbijkomende wielrenners ging de stoet over het deels nog natte wegdek van start. De Fanfare voorop. Keurig in het gelid.

Dan de koren. Elk koor werd vooraf gegaan door een jongen of meisje met een bordje waarop de naam van het koor was vermeld. Alle groepen liepen even fier en recht. Behalve één……. En dat waren wij. Er waren, in de breedte gezien, bij ons koor rijen van twee, drie of zelfs vier zangers. Dit wisselde zich onderweg ook nog wel eens af, want even bijkletsen met deze of gene, dat hoort er toch zeker ook bij!!

Ook het op de maat lopen bleek niet onze sterkste kant en zodoende zorgden wij er tenminste voor dat de toeschouwers langs de weg in ieder geval wel wat te zien hadden. Misschien kunnen we een volgende keer toch beter hier even vóóraf aandacht aan geven.

Omgedraaid, voor ons, was er ook wat te zien. Waldfeucht is een stad met een heel oude geschiedenis en daarvan is nog het nodige te zien, ondanks dat in de laatste oorlog veel is vernield. Het was vroeger een centrum van de lakenhandel. Het loont nog steeds de moeite om eens te voet een wandeling door Waldfeucht te maken. Als men met een groep gaat kan men zich op afspraak laten begeleiden door een gids.

Men ziet dan de oude vestingwallen, een stuk stadspoort, een groot koopmanshuis en andere mooie oude huizen en nog veel meer. Voor degene die dan nog wat verder wil lopen is er nog de windmolen (soms in bedrijf) en de kapel.

Ten tweede: Iets anders dat opviel was het Kaffee und Kuchen gehalte.

Daar weten onze oosterburen wel raad mee. Aangezien wij daarover echter van te voren waren geïnformeerd had iedereen zijn maatregelen kunnen nemen. Het bleek dan ook dat onze koorleden goed voorbereid de lekkerste stukken taart konden verorberen. Een aantal leden had aan één stuk niet genoeg. Twee of drie was al wat beter.

Ten derde: Dan was er nóg iets aparts. Bij de Duitsers is het blijkbaar gebruikelijk dat voorzitters van de deelnemende koren een kleine toespraak houden en als blijk van waardering een enveloppe met inhoud aan de gastheer-voorzitter uitreiken.

Tsja, dat werd dus improviseren. Ofschoon Pierre slechts op twee honderd meter afstand van de grens woont, is het toch moeilijk om in het Duits te spreken. Den maar geweun in het Plat; dat versjteet joa iddereen. Of dat op vandaag nog echt zo is vraag ik me af, maar ja, beter had ik het ook niet gekund. Het tweede probleem werd overgelaten aan Piet. Of hij even ergens een enveloppe vandaan kon halen. Zoals met buren gebruikelijk wonen die meestal niet ver weg. Ook in Waldfeucht vindt men op vrij korte afstand van de Bürgertreff dus ook de buren. Die hadden nog wel een Briefumschlag liggen en Piet mocht die gratis hebben. Na een twee-persoons bestuursvergadering en even in elkaars beurs kijken hadden Pierre en Piet het probleem van de ‘inhoud’ ook alweer gauw opgelost.