Jaarvergadering 28 januari 2001
De voorzitter opent de vergadering om 14.00 uur met de christelijke groet en spreekt de volgende openingsrede uit:
Geachte Vergadering
Het eerste jaar in het nieuwe millennium hebben we erop zitten. Ik denk dat we
rustig kunnen zeggen dat het op muzikaal gebied op rolletjes heeft gelopen, met
uitvoeringen die van een goed gehalte waren.
Niet alleen op muzikaal gebied kan het afgelopen jaar als geslaagd getypeerd
worden. Zo is de onderlinge band in de vereniging tussen de leden versterkt. Een
goed voorbeeld was de carnavalswagen waar een grote groep, inclusief de dames,
enthousiast aan heeft meegewerkt.
Naar horen zeggen heeft de jonge klare rijkelijk gevloeid.
Een ander voorbeeld is de heruitgave van de Stemvork.
De reis naar Habbelrath heeft iedereen ervaren als gezellig. Ik denk dan ook dat
de reis als geslaagd kan worden beschouwd.
Helaas is het wel zo dat we het Muzikaal Dorpstreffen wegens overvloedige regen
hebben moeten aflassen. Dit vind ik bijzonder sneu voor de leden die daar heel
wat vrije tijd in hebben gestoken.
En op financieel gebied was het behoorlijke aderlating.
In de maand augustus werden we echter opgeschrikt door het overlijden van Jan
Doemgens en Wil Peters, respectievelijk 62 en 80 jaar oud. Ze waren lid van het
erecomité en in die hoedanigheid hebben ze het nodige voor onze vereniging
gedaan.
Laten we ze staande deze vergadering gedenken.
MINUUT STILTE
We hebben de draad echter weer opgepakt met het maken van een groepsfoto,
waarvan onze beschermheer op het St.Caeciliafeest, wat tevens zijn 50-jarig
huwelijksfeest was, het eerste exemplaar kreeg overhandigd.
Er is het afgelopen jaar een goede basis gelegd voor de verdere uitbouw van het
koor, door het werven van nieuwe leden en het benaderen van leden van het
ere-comité. Dit kan naar mijn mening, het beste gebeuren door persoonlijke
benadering en door als vereniging op een positieve manier naar buiten te treden
en overal in het dorp je gezicht laten zien. Ik doe dan ook een beroep op
iedereen om zich hiervoor in te zetten en om zo de mannenkoorzang, wat toch een
Limburgs cultuurgoed is, in stand te houden.
Tenslotte wil ik iedereen bedanken die zich in het afgelopen jaar heeft ingezet
voor het Mannenkoor, op welke wijze dan ook en hopende dat we in de toekomst zo
verder kunnen gaan.
En wens u vanmiddag allen een goede vergadering toe.