Effe Lache

De telefoon gaat. Zij schrikt zich een ongeluk, neemt de hoorn op, legt even later weer opgelucht neer en zegt dan:
‘We hebben alle tijd. Mijn man belde net om te zeggen dat hij met jou aan het kaarten was.

*

Henk komt thuis van carnaval en betrapt daar zijn vrouw, die met een vreemde kerel in bed ligt. ‘Wat heeft dit te betekenen?’ roept hij buiten zichzelf van kwaadheid. ‘Wat is dat voor een vreemde snoeshaan in mijn bed?’
‘Dat is een goeie vraag’, antwoordt zijn vrouw en vraagt dan aan die man:
‘Hoe heet u eigenlijk?’

*

Drie vrienden vergelijken hun vriendinnen met elkaar. ‘De mijne is als de Bahama’s,’ dweept de eerste, ‘zwoel en romantisch. Naakte mannen kent ze alleen van het naaktstrand.’
‘De mijne is als de Etna,’ vertelt de tweede, ‘heet en vurig. Iedere nacht minstens twee uitbarstingen.’ ‘Tja,’ zegt de derde treurig, ‘de mijne is net de Costa Brava, daar is ook iedereen al geweest.’