| <- Leo Meuffels ziet Abraham |
Bier |
Uit de stemvork van januari 1988

Bij het zien van het gedeeltelijk vignet van het Bier waar Limburg trots op
is, zult U zich wel afvragen, wat U nu weer voor ogen geschoteld krijgt. Wel,
het gaat over bier.
Wij zangers immers hebben de naam graag een glaasje te lusten. Wij worden
daarbij over één kam geschoren met de leden van andere muziekverenigingen,
schutterijen. kegelclubs en alle andere verenigingen, overwegend bestaand uit
mannelijke personen en activiteiten ontplooiend in horecalokaliteiten. Men denkt
en spreekt dit soms zelfs wel hardop uit dat al die verenigingsleden flink veel
bier drinken.
Dit aureool hangt dus ook boven ons Mannenkoor. ( Overigens is het ons de laatste jaren opgevallen, dat men er in sportverenigingen ook graag eentje omstoot. Kijk maar eens naar de voetbal — of tennisvelden, overal vind je kantines, waar heus niet alleen een kopje koffie of een glaasje fris genuttigd wordt. Het wordt dus tijd dat de reclamemakers van de brouwerij waar Limburg zo trots op is, nu eens niet een schutter met een glas bier, maar een voetballer met een glas bier afbeelden. Misschien is dit een suggestie voor v.v Juliana om de kas te spekken
Omdat het nu eenmaal zo is dat over ons gedacht en verteld wordt, dat wij
graag een pilsje lusten zijn we eens opzoek gegaan om wat meer informatie over
bier te verzamelen Moge het Uw kennis omtrent bier verrijken opdat het U nog
beter moge smaken Daarop alvast: PROOST
Om te kunnen overleven is drinken voor de mens een noodzaak. Daarover zult U in
dit artikel overigens verder niets vernemen. Liever sluiten wij ons aan hij de
stelling:
Die schlimmste Heimsuchung, die einen Menschen treffen kann. ist ein Dasein ohne
Durst (uit: Hochrain H. Das Trinkvergnugen. Dortmund 1974.p.9.)
Die dorst wil verzorgd en gecultiveerd worden. Vanzelf komt men dan terecht bij
de drank die een grote dorst kan stillen en daarbij een nieuwe kan verwekken:
HET BIER
BIER VAN ALLE TIJDEN
Bier is een oude drank. Al zo'n 7000 à 8000 jaar wordt bier
gebrouwen. De oudste culturele overblijfselen die op het bier betrekking hebben,
stammen uit het Midden Oosten.
Op kleitabletten, opgegraven in het gebied tussen de rivieren Eufraat en Tigris,
zijn de leef — en drinkgewoonten afgebeeld van de Sumeriers, Babyloniërs en
Assyriërs.
"Neben dem Getreideanbau, der Viehzucht, neben ausgedehntem Handelsverkehr mit t
remden L wird in diesen Aufzeich— nungen auch erw wie aus Emmer, einer
Getreideart, und auch aus Gerste Bier bereitet wurde ( Jung I . Bier, Kunst und
Brauchtum. Dortmund z.j .p.9.)"
Het bier was niet alleen de volksdrank maar ook een offerdrank voor de goden.
De Babylonische Talmud uit het Jongste Rijk ± 587 v. Chr. )
noemt als drank alleen het bier en bericht dat deze drank bij rituele
handelingen gebruikt wordt. De godin van het graan is de uitvindster van het
brouwen.
De Egyptenaren en de Armeniërs
leerden het bierbrouwen van de volkeren uit Babylonië. De Egyptenaren beweerden
overigens, dat hun god Osiris de mensen leerde bierbrouwen. Dat het bier binnen
de Egyptische cultuur een belangrijke plaats innam, weten we uit de vele bronnen
die de Egyptenaren ons hebben nagelaten. Vele afbeeldingen en reliëfs uit de
graven van de farao’s berichten over het bier en zijn bereiding.
Ook buiten de grenzen van het rijk der farao’s was het bier bekend. De Joden van
het oude testament kenden twèe dranken, de wijn en de drank uit granen, het
bier. Tot het drankoffer was echter alleen de wijn toegelaten.
Bij het Joodse volk, de Wijnberg des Heren kwam het bier pas op de tweede
plaats.
In de 5e eeuw voor Christus wisten de Grieken reeds dat de Egyptenaren graan
maalden om er een drank uit te bereiden.
Net als bij de Joden in Kana had ook het bier bij de Grieken uit het wijnland
Griekenland slechts rangnummer twee. In Griekenland is de kunst van het brouwen
dan ook grotendeels verloren gegaan.
Toen de Romeimen Noord— West Europa veroverden kenden de Kelten en Germanen
reeds de kunst van het bierbrouwen.
Zij hebben het brouwen vermoedelijk niet via Zuid— Europa van de Romeinen leren
kennen, maar via Oost— Europa.
Net als de Egyptenaren hadden de Armeniërs hun brouwtechniek van de Babyloniërs
overgenomen.
Over de bergpassen van de Kaukasus zouden ze de kunst naar Rusland gebracht
hebben en aan de Scythen hebben geleerd. Op hun beurt hebben die de techniek
doorgegeven aan Thracisch— Jilyrische stammen aan de westelijke oevers van de
Zwarte Zee en in de dalen van de Karpathen. Weer verder naar het westen bereikt
de techniek de Middeneuropese Kelten en de Germanen. De Romeinen hadden niet
veel waardering voor bier. Tacitus merkte op dat de Germanen hun drank bereidden
uit gerst of tarwe, “...een brouwsel, dat op een slechte kwaliteit wijn lijkt”.
Keizer Claudius vergeleek de “gegiste, op graan getrokken drank“ met
moeraswater, dat door Germaanse lijken bedorven is’. Hij vond bier een
barbaarse, tot darmverrotting leidende drank.
BIER: EEN DEFINITIE
De vraag kan gesteld worden of het bier van de Egyptenarenen en van de oude
Germanen nog iets gemeenschappelijks heeft met ons bier. Het antwoord luidt
bevestigend. Bier bereiden is in feite het tot gisting brengen van een
vloeistof. die zetmeel— houdende plantendelen bevat, waarvan het zetmeel op een
of andere manier oplosbaar is geworden.
MOUT
Om bier te kunnen brouwen heeft men allereerst brouwgraan nodig.
Gerst is het belangrijkste graan.
Het brouwgraan moet tot mout worden verwerkt. Daartoe laat men het graan weken.
Als de graankorrel vochtig is
geworden, zwelt zij een beetje op. Ook het kiemplantje dat in de korrel aanwezig
is, zwelt op en begint te groeien. Daarbij scheidt de kiem enzymen ( diastasen)
af, die zetmeel kunnen omzetten in moutsuiker.
In het begin stadium voedt de kiem zich met de moutsuiker om te kunnen groeien.
Omdat de moutsuiker bij een verdere bierbereiding nog van belang is, mag de
jonge plant niet te veel groeien. Het moutproces moet worden beëindigd.
Dit gebeurt door de mout te eesten, dat wil zeggen, te laten drogen met behulp
van lucht. De temperatuur die de mout tijdens het eesten krijgt, bepaalt
uiteindelijk de kleur en de smaak van het bier.
In de tweede fase van het brouwproces wordt de mout grof gemalen ( geschroot) en
vermengd met warm water voor het maken van een beslag.
Tijdens het beslaan zet het enzym amylase het in de mout aanwezige zetmeel om in
dextrine. waarvan een deel overgaat in maltose. de moutsuiker.
De
versuikering gaat dus nu verder en in het water begint de suiker al op te
lossen. Tevens zijn enzymen (proteasen) werkzaam die de in mout aanwezige
eiwitten omzetten in aminozuren en peptiden. Dat heeft twee voordelen. Eiwitten
die het bier troebel kunnen maken verdwijnen. De aminozuren dienen later als
voedsel voor de gistcellen.
Aan het beslag wordt nu zoveel water als nodig is,toegevoegd om het bier de
gewenste sterkte te geven. Het mengsel gaat vervolgens naar de klaringskuip.
Door de bodem van de klaringskuip druipt de suikeroplossing naar beneden,
terwijl de grove bestanddelen. de zemelen, in de kuip achter blijven. Deze
werken als een filter voor de suikeroplossing, wort genaamd, die daardoor helder
blijft. De na filtratie overgebleven vaste bestanddelen, draf of bostel. worden
als veevoer gebruikt.
(wordt vervolgd)
Gewijzigd op donderdag 31 maart 2005 22:47